Onmiddellijke inningen verkeersovertredingen: Vlamingen alweer de dupe

Via een parlementaire vraag vroeg Vlaams Belang-senator Anke Van dermeersch een aantal gegevens op over de verdeling over de gewesten van de onmiddellijke inningen die worden verricht bij verkeersovertredingen. Uit de resultaten van deze gegevens blijkt dat de Vlamingen andermaal de zwaarste last mogen dragen en bij de betaling ervan dan ook nog eens de beste leerling van de klas zijn. Wallonië is voor de zoveelste keer de zwakke schakel in het verhaal.
 
Voor de eerste helft van 2011, maar ook voor de voorgaande jaren, blijkt dat Vlaanderen, met 57% van de bevolking goed is voor niet minder dan 72% van het aantal onmiddellijke inningen voor verkeersovertredingen. Brussel vertegenwoordigt 9% en Wallonië niet eens 19%.
 
Bij de bedragen die daarvoor door de overheid worden geïnd liggen de wanverhoudingen iets minder scherp, maar toch betaalt Vlaanderen nog altijd veel meer dan verantwoord zou zijn in functie van zijn bevolkingsaandeel: 68% komt uit Vlaanderen, 10% uit Brussel en 22% uit Wallonië.
 
Dit (lichte) verschil in de verhoudingen tussen enerzijds het aantal onmiddellijke inningen en anderzijds de daarvoor geïnde bedragen is te wijten aan het feit dat het bedrag per (correct en tijdig betaalde) onmiddellijke inning in Vlaanderen een stuk lager ligt dan in Wallonië en Brussel. In Vlaanderen wordt gemiddeld 70 euro geïnd per overtreding, terwijl dit in Wallonië rond de 100 euro en in Brussel rond de 95 euro schommelt.
 
Een merkelijk verschil is er ook te merken wat het betalen van de opgelegde boetes betreft. In Vlaanderen betaalt ongeveer 85% van de betrapte overtreders correct zijn boete; in Wallonië is dat slechts 75% en in Brussel zelfs maar 72%.
 
De conclusies liggen voor de hand en bevestigen ook op dit vlak wat we al veel langer weten. Er heerst een andere rechtscultuur en een ander verbaliseringsbeleid in Vlaanderen dan in Wallonië. Enerzijds zijn er merkelijk meer verbaliseringen in Vlaanderen, wellicht ook voor lichtere overtredingen, wat het lagere gemiddelde bedrag per onmiddellijke inning in Vlaanderen zou kunnen verklaren. Anderzijds zijn er veel minder verbaliseringen in Wallonië ten gevolge van wellicht een lakser beleid, waardoor meteen ook de zwaardere gemiddelde sanctioneringen zouden kunnen worden verklaard (doordat alleen zwaardere overtredingen worden aangepakt). Tegelijk stellen wij een veel minder grote burgerzin in Wallonië en Brussel vast dan in Vlaanderen wat het betalen van de onmiddellijke inningen betreft.
 
De politieke besluiten liggen dan ook voor de hand: een andere rechtscultuur, een ander verbaliseringsbeleid en een andere burgerzin vragen een aangepast beleid. En dus een splitsing van ook deze materie.
 

Bijlage 1Bijlage 2

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...