Kwart leefloners is geen Belg

In Brussel 87% en in het Vlaams Gewest 72% van de federale betoelaagde bedragen voor leeflonen hebben betrekking op leeflonen van vreemdelingen


39% van de leefloners in Brussel en 29% van de leefloners in het Vlaams Gewest zijn vreemdeling. Hun aandeel in de bevolking is resp. 30% en 6,4%.


Filip Dewinter: “Cijfers tonen aan dat veel vreemdelingen ook na jarenlang verblijf in ons land niet ingeburgerd en geactiveerd geraken en in de bijstand blijven. Er is dringend nood aan een immigratiestop.”


In antwoord op een schriftelijke vraag aan de staatsecretaris voor Asiel en Migratie Maggy De Block verkreeg senator Filip Dewinter cijfers voor het jaar 2011 betreffende het aandeel vreemdelingen onder de leefloners en de bedragen van de aan vreemdelingen uitgekeerde leeflonen.


Wanneer er gekeken wordt naar de door de staat betoelaagde bedragen aan leefloon, stelt men vast dat in Brussel maar liefst 87% van de betoelaagde bedragen voor leefloon leeflonen betreffen van vreemdelingen (29%EU en 58% niet-EU) en in Vlaanderen 72% (20% EU en 52% niet-EU). Het leefloon bedraagt voor een alleenstaande 770 euro per maand, voor een samenwonende 524 euro en voor iemand met gezinslast 1047 euro.


In Brussel is 39% van de leefloners vreemdeling (13%EU en 26% niet-EU), in Vlaanderen is 29% van de leefloners vreemdeling (9%EU en 20% niet-EU) en in Wallonië 19% (8%EU en 11% niet-EU). Vanzelfsprekend wordt in deze cijfers de nationaliteit als criterium gehanteerd en worden genaturaliseerde vreemdelingen in deze cijfers beschouwd als ‘Belg’. Het aandeel van de vreemdelingen in de totale bevolking in Vlaanderen bedraagt 6,4%, in Wallonië 9,5% en in Brussel 30%.


Bij deze cijfers moet rekening gehouden worden met het feit dat enkel leeflonen worden uitgekeerd aan vreemdelingen die beantwoorden aan de toekenningsvoorwaarden van de wet op de Maatschappelijke Integratie. Het betreft over het algemeen vreemdelingen die reeds minimum vijf jaar in het land verblijven.


Vreemdelingen die in het wachtregister zijn ingeschreven ontvangen geen leefloon, maar een zogenaamd ‘equivalent leefloon’ van het OCMW, dat overigens evenveel bedraagt als het leefloonbedrag. Het betreft vreemdelingen die zich in een procedure bevinden (bv. asielzoekers, regularisatie, vluchtelingen). In sommige steden en gemeenten ontvangen meer steuntrekkers een equivalent leefloon dan er mensen een leefloon ontvangen. In Antwerpen bv. ontvangt 75% van de OCMW-steuntrekkers geen leefloon, maar een equivalent leefloon. Terzake stelt Filip Dewinter overigens voor dit equivalent leefloon te vervangen door materiële opvang (‘kost en inwoon’).


Filip Dewinter: “De cijfers verstrekt door staatssecretaris De Block tonen aan dat ook veel vreemdelingen die jaren in ons land verblijven (en dus niet in het wachtregister, maar in het bevolkingsregister zijn ingeschreven)  een leefloon genieten.  Ik hoop dat deze cijfers een signaal mogen zijn voor de federale regering dat er dringend nood is aan een immigratiestop. Aan het huidige instroomritme is het duidelijk onmogelijk om nog een efficiënt inburgeringsbeleid te voeren dat moet toelaten uitkeringstrekkers van vreemde afkomst te activeren, waardoor vreemdelingen na hun immigratie vele jaren lang in de bijstand blijven. Aan de lopende band worden er inburgeringcursussen en taallessen gegeven, maar veel immigranten kennen na jaren verblijf nog niet voldoende Nederlands om tewerkgesteld te kunnen worden. Tienduizenden blijven zo vele jaren lang ten laste van de overheid.”


In bijlage vindt u vraag en antwoord van de minister, alsook een tabel met alle cijfers.

Bijlage 1Bijlage 2

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...