Bredabaan, de huidige toestand

Eind augustus werden de werken aan de Bredabaan, na meer dan drie jaar “feestelijk” opgeleverd.  Veel reden tot feesten was er echter niet.  Omwonenden en handelaars hadden drie jaar moeten leven in omstandigheden  die soms terecht met die van de loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog konden vergeleken worden.  En ook hier was er aan het einde van de rit heel wat schade: tientallen handelszaken gaven er de brui aan en zorgden voor een hallucinante leegstand.  Van wat ooit met trots de “Poort naar het Noorden” en de langste winkelstraat van Vlaanderen genoemd werd, bleef bitter weinig over.

In Antwerpen zijn in het verleden al wel meer winkelassen in de problemen geraakt.  Bekend zijn de Turnhoutsebaan, de Abdijstraat,  de Statiestraat/Driekoningenstraat en de voormalige as Koepoortstraat/Klapdorp/Paardenmarkt/Vondelstraat/Diepestraat/Lange Beeldekensstraat.

Maar voor Merksem kwam de teloorgang ven de Bredabaan dubbel zo hard aan.  De Bredabaan is immers het kloppende hart van ons district en tevens de belangrijkste levensader.

Hoe groot de schade is kan enkel aan de hand van eerlijke en concrete cijfers aangetoond worden (hoewel de Merksemnaar  wel met de buik voelt dat zijn of haar Baan naar de verdoemenis is).

 

We namen zelf de proef op de som en gingen aan het tellen.  Voor die telling namen we het kernstuk van de Bredabaan, tussen het Burgemeester Nolfplein en het Victor Roosensplein. 

Bij onze telling lieten we  de panden die enkel woonhuizen uitmaken bewust buiten beschouwing.   Hoewel een telling hiervan ook interessant had kunnen zijn, al was het maar om in de toekomst aan de hand van een toename hiervan een verdere teloorgang te kunnen meten.   Men herinnert zich dat het Klapdorp zijn winkelfunctie volledig verloor op het moment dat een meerderheid van de vitrines werd vervangen door woongelegenheden.

Verder hielden we rekening met drie categorieën: leegstaande handelszaken (winkel en horeca), imagoverlagende handelszaken en overblijvende kwaliteitszaken.

Onder imagoverlagende handelszaken (winkel en horeca) verstaan we zaken zoals nachtwinkels, belwinkels, money-transfers, als VZW vermomde horeca, gelegenheidswinkels, gokkantoren, falinghallen, etc… Het Stroboerke en de Kringloopwinkel rekenden we daar duidelijk niet bij. De halal supermarkt rekenden we daar dan weer wel bij, al was het maar omdat de vitrine van deze zaak een alles behalve smaakvolle (laat staan smakelijke) indruk nalaat.

In een eerste telling kwamen we uit op een leegstand vaan 44%.  Met dat cijfer trokken we op 17 september naar de Districtsraad.  Districtsvoorzitter Bungeneers  nuanceerde onze cijfers toen. Volgens hem (maar wel aan de hand van oudere tellingen) zou de leegstand “slechts” 28% bedragen.  Hij wees er bovendien op dat sommige leegstaande panden op dit moment mogelijk al wel heringericht worden als nieuwe handelszaak.  Om hem het voordeel van de twijfel te geven hielden we verleden week een tweede telling.  Lege zaken waarin duidelijk werkzaamheden plaatsvonden plaatsten we onder de rubriek overblijvende kwaliteitszaken (in de hoop dat ze dat ook werkelijk zullen worden).

Uiteindelijk telden we:

 41% leegstaande zaken

19% imagoverlagende zaken

40% kwaliteitszaken

 

Bij de overblijvende zaken horen uiteraard een aantal ketens zoals Blokker, Hema, Carrefour, Kruidvat, Bart Smit, Hunkemoller, Standaard boekhandel, Zeeman, Pearl, Leonidas,Hans Anders enz…., samen met de grote banken en een hele rits interimkantoren.  Maar er zijn ook nog zaken op echt zelfstandige basis die typisch zijn voor onze baan zoals Cado, Tailor Suetens  (weggevlucht uit de Lange beeldekensstraat), lederwaren Bru, fotozaak Spectrum, de krantenwinkel, de poelier, Personal Shop,  het Wiegske, enz…., samen met gezellige horeca zoals Onder den Toren, ’t Zonneke, Breughelhof, Palux, Zulma etc… Bij elke opsomming vergeet men en dus is ook deze niet volledig.

Evenmin volledig is de opsomming van de kwaliteitszaken die recent verdwenen. Daaronder, schoenwinkel Cardy, kledingzaak IDW, beenhouwerij Gyssels…

De cijfers tonen hoe dan ook aan dat de toestand van onze Bredabaan dramatisch is.  Vriend en vijand gaven dat tijdens en na de districtsraadszitting van 17 september ook oprecht toe.  Maar met een gelatenheid die ontmoedigend werkt: “Wat kunnen wij eraan doen….?”  Het is de vraag die de stad zich in het verleden bij de teloorgang van andere winkelassen ook al stelde, en waarop het antwoord bestond uit de aanstelling van zogenaamde winkelstraatmanagers en een aarzelende aanpak van imagoverlagende handelszaken. Zonder resultaat.

 

Bredabaan, voorstellen van het Vlaams Belang

Vandaar dat het Vlaams Belang zelf een aantal concrete maatregelen ter verbetering van de huidige rampzalige toestand voorstelt.

Uiteraard is het Districtsbestuur niet altijd even bevoegd om maatregelen te treffen.  In de eerste plaats zullen de hogere overheden dit moeten doen.  In de Kamer dienden Filip Dewinter (samen met Jan Penris en Barbara Pas) en in het Vlaams Parlement Anke vander Meersch gelijklopende voorstellen van resolutie in om in winkelgebieden die het, zoals de Bredabaan, moeilijk hebben een apart regime van zogenaamde heroplevingszones in het leven te roepen.

U vindt de tekst van deze resolutie in bijlage en aan de hand daarvan willen we onze strategie ter zake verder verduidelijken.

Een tweede probleem voor onze Baan is dat van de bereikbaarheid.  Winkelcentra moeten (of men dat nu graag hoort of niet) bereikbaar blijven voor de auto.  Die bereikbaarheid is de succesfactor voor Wijnegem Shopping, de Bredabaan van Brasschaat en de Boomsesteenweg.

Op onze Bredabaan werden massaal parkeerplaatsen opgeofferd voor een verbrede trambedding en  luxueuze fietspaden aan elke zijde van de Baan.

Daar een nieuwe herinrichting geen optie is stelt het Vlaams Belang voor om elders nieuwe parkeerplaatsen te creëren.  Dat kan onder meer op het Burgemeester Nolfplein, waar de huidige infrastructuur enkel wordt ingepalmd door rondhangjongeren en andere individuen van bedenkelijk allooi (men moet er ’s avonds maar eens een kijkje nemen) en in de dreef naar Boeckenborg, waar een bijkomende parking de sociale controle alleen maar kan verhogen.

Uiteraard mag deze parking betalend zijn. Maar de overblijvende kwaliteitszaken zouden hun klanten bijvoorbeeld wel een gratis parkeerticket kunnen bezorgen, waardoor meteen een win-win situatie ontstaat.

Een derde probleem is dat van de veiligheid.  Bijna alle handelaren op de Baan werden reeds het slachtoffer van inbraak, winkeldiefstal of erger, gewapende overval.  Dee Baan was zelfs herhaaldelijk het toneel van vuurwapenincidenten.

Daarom pleit het Vlaams Belang al lang voor permanente politiepatrouilles en een actievere rol van het  politiekantoor naast het Districtshuis.  Hier zou dag en nacht een snel inzetbaar interventieteam ter beschikking moeten staan.

 

Bredabaan, slotopmerkingen

Tot slot nog een paar opmerkingen over de fysieke heraanleg zelf.  Zoals boven gezegd betreuren we uiteraard het wegvallen van vele parkeerplaatsen.  Maar daarenboven werd de Baan niet erg vriendelijk voor de voetgangers aangelegd.  Door de aanleg van twee berde fietspaden moest en ook de voetgangers aan wandelruimte inleveren.

Tegen de voetgangers werden daarenboven ook nog eens gevaarlijke conflictsituaties in het leven geroepen. Twee voorbeelden.  Op de hoek van de Deurnsebaan en de Bredabaan kunnen fietsers rechts afslaan zonder rekening te moeten houden met de stand van de verkeerslichten.  Hierdoor komen zij in conflict met de voetgangers die bij groen licht de Deurnsebaan willen oversteken.

Tegenover de Rustoordstraat moeten voetgangers de Bredabaan dan weer oversteken zonder lichten.  Hier komen zij in conflict met de trams die jammer genoeg altijd voorrang hebben.

En dan nog dit.  De Bredabaan  had vroeger een lelijk uiterlijk omwille van het woud aan verkeerspalen- en borden.  Met de heraanleg koesterde de Merksemnaar de stille hoop dat aan die wildgroei een einde zou komen. Helaas…..  

  

 

 

 

 

 

 

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...